MailConnect - E-mail ophalen
De optie e-mail ophalen stelt gebruikers in staat om e-mails van een ander account rechtstreeks binnen de MailConnect-webinterface te openen. Dit betekent dat gebruikers hun Gmail, Hotmail, of elk ander e-mailaccount aan MailConnect kunnen toevoegen, zodat ze al hun e-mails van verschillende accounts kunnen ontvangen via één mailserver.
Om een nieuwe e-mail in te stellen navigeer je naar Meer > Instellingen > Connectiviteit en klik je bij e-mail ophalen voor op nieuwe ophaaltaak. Selecteer de server waarvan je in de webinterface toegang tot wil hebben.
Microsoft Exchange and Exchange Services Retrieval
De meeste e-mailservers en e-maildiensten zoals Yahoo! en Gmail staan gebruikers toe POP of IMAP te gebruiken om accounts te koppelen. Microsoft is echter anders. Ze hebben de 'basisverificatie'-methoden voor verbinding met Microsoft Exchange en/of Microsoft Exchange-services zoals Microsoft 365 (Office) en Outlook.com/Live.com afgeschaft. In plaats daarvan gebruiken ze OAuth 2.0 voor authenticatie bij deze systemen. Als gevolg hiervan is de informatie die vereist is voor het verbinden van Microsoft 365-, Outlook.com- of Exchange-accounts voor het ophalen van e-mail iets anders dan wat vereist is voor POP en IMAP.
Bovendien is er een extra stap vereist als u een daadwerkelijk Microsoft Exchange-account gebruikt of een account dat wordt aangedreven door Microsoft Exchange, zoals Outlook.com. Microsoft vereist dat je je daadwerkelijk bij hun services aanmeldt met het Microsoft-account dat je ophaalt, omdat dit deel uitmaakt van het OAuth 2.0-proces.
Zodra je het ophalen hebt ingesteld, zie je daarom een nieuwe pop-up van Microsoft waarin je wordt gevraagd in te loggen op je account of een secundaire authenticatiemethode te gebruiken die voor dat Microsoft-account is gemaakt. (Ontvang bijvoorbeeld een code op jouw back-up-e-mailadres.)
- Server Address - Het adres van de e-mailserver waarmee je verbinding wilt maken. Bij gebruik van Microsoft 365 of Outlook.com/Live.com vult MailConnect automatisch de te gebruiken server in. Het is belangrijk op te merken dat bij gebruik van deze services het door MailConnect toegevoegde serveradres niet mag veranderen: het werkt voor Microsoft 365-, Outlook.com- en Live.com-adressen. Wanneer u echter verbinding maakt met een on-premises (of op afstand gehoste) Exchange-server die je zelf beheert, moet je deze informatie invullen.
- Retrieval Method - De methode die je wilt gebruiken waarmee wordt gekeken of er nieuwe berichten binnen komen. Je kunt hierbij kiezen uit:
- Automatic: Hiermee wordt elke 10 minuten automatisch gecheckt op nieuwe berichten.
- Manual: Hiermee moet je zelf op de knop Retrieve Messages Now klikken om te checken op nieuwe berichten. - Folder Transfer Method - Dit is hoe de mappen in uw account worden geïmporteerd naar MailConnect. Hierbij kun je kiezen voor:
- Add as root level folders: Ze zullen worden gemengd met bestaande mappen in je primaire account.
- Add as subfolders: Ze zullen worden geïmporteerd in een submap. Hierbij wordt gevraagd een map te selecteren waarin je het wilt importeren. - Require SSL - Kies deze optie als de verbinding met de server SSL moet zijn.
- Enable spam and content filtering - Selecteer deze optie om jouw spam en inhoudsfiltering toe te passen op de geïmporteerde berichten.
POP Retrieval
De POP-ophaalservice van MailConnect downloadt e-mailberichten uit de Inbox van een andere server via POP3 en bezorgt ze in jouw MailConnect-mailbox. Een belangrijk verschil tussen POP en IMAP is dat een POP-account doorgaans de berichten ophaalt en ze vervolgens van de oorspronkelijke server verwijdert. Hoewel je met POP Retrieval van MailConnect berichten op de server kunt achterlaten, moeten gebruikers ervoor zorgen dat ze dit inschakelen. Anders verwijdert POP-ophalen de berichten van de server nadat ze naar jouw mailbox zijn gedownload. Het andere belangrijke verschil is dat IMAP het ophalen van ALLE berichten in de externe mailbox mogelijk maakt, terwijl POP alleen de inhoud uit de Inbox downloadt.
Wanneer je een nieuw account aanmaakt voor het ophalen van POP-berichten, zijn de volgende opties beschikbaar:
- Type - Selecteer POP
- Server Address - Dit is het adres voor de email server die je wilt verbinden. Dit zal hoogstwaarschijnlijk de URL naar de mailserver zijn.
- Port - De poort die wordt gebruikt om verbinding te maken met de e-mailserver. Standaard is de poort 110. Sommige mailproviders vereisen echter mogelijk dat een aparte poort wordt gebruikt voor het ophalen van POP.
- Username - De identificatie die wordt gebruikt om te verifiëren bij de e-mailserver. Dit zal hoogstwaarschijnlijk het volledige e-mailadres zijn dat je in MailConnect wilt invoeren.
- Password - Het wachtwoord waarmee ingelogd wordt in het account dat je wilt verbinden.
- Retrieval Method - De methode die je wilt gebruiken waarmee wordt gekeken of er nieuwe berichten binnen komen. Je kunt hierbij kiezen uit:
- Automatic: Hiermee wordt elke 10 minuten automatisch gecheckt op nieuwe berichten.
- Manual: Hiermee moet je zelf op de knop Retrieve Messages Now klikken om te checken op nieuwe berichten. - Destination Folder - De map waarin berichten van het externe account moeten worden gedownload.
- Enable APOP authentitcation - Selecteer deze optie als de server extra inlogbeveiliging vereist.
- Leave messages on server - Selecteer deze optie om je berichten op de server te bewaren nadat ze naar je MailConnect-mailbox zijn gedownload.
- Require SSL - Kies deze optie als de verbinding met de server SSL moet zijn.
- Enable spam and content filtering - Selecteer deze optie om je spam en inhoudsfiltering toe te passen op de geïmporteerde berichten.
IMAP Retrieval
De MailConnect IMAP-ophaalservice downloadt e-mailberichten van een andere server via IMAP en bezorgt deze in jouw MailConnect-mailbox. Een belangrijk verschil tussen IMAP en POP is dat een IMAP-account standaard de originele berichten op de oorspronkelijke mailserver achterlaat. Het andere belangrijke verschil is dat IMAP het ophalen van ALLE berichten in alle mappen van de externe mailbox mogelijk maakt, terwijl POP alleen de inhoud uit de Inbox downloadt.
Wanneer je een nieuw account aanmaakt voor het ophalen van IMAP-berichten, zijn de volgende opties beschikbaar:
- Type - Selecteer IMAP
- Server Address - Dit is het adres voor de email server die je wilt verbinden. Dit zal hoogstwaarschijnlijk de URL naar de mailserver zijn.
- Port - De poort die wordt gebruikt om verbinding te maken met de e-mailserver. Standaard is de poort 143. Sommige mailproviders vereisen echter mogelijk dat een aparte poort wordt gebruikt voor het ophalen van IMAP.
- Username - De identificatie die wordt gebruikt om te verifiëren bij de e-mailserver. Dit zal hoogstwaarschijnlijk het volledige e-mailadres zijn dat je in MailConnect wilt invoeren.
- Password - Het wachtwoord waarmee ingelogd wordt in het account dat je wil verbinden.
- Retrieval Method - De methode die je wil gebruiken waarmee wordt gekeken of er nieuwe berichten binnen komen. Je kunt hierbij kiezen uit:
- Automatic: Hiermee wordt elke 10 minuten automatisch gecheckt op nieuwe berichten.
- Manual: Hiermee moet je zelf op de knop Retrieve Messages Now klikken om te checken op nieuwe berichten. - Folder Transfer Method - Dit is hoe de mappen in je account worden geïmporteerd naar MailConnect. Hierbij kun je kiezen voor:
- Add as root level folders: Ze zullen worden gemengd met bestaande mappen in jouw primaire account.
- Add as subfolders: Ze zullen worden geïmporteerd in een submap. Hierbij wordt gevraagd een map te selecteren waarin je het wilt importeren. - Require SSL - Kies deze optie als de verbinding met de server SSL moet zijn.
- Enable spam and content filtering (Inbox only) - Selecteer deze optie om jouw MailConnect-spam- en inhoudfilterinstellingen toe te passen op alle berichten die van deze server worden gedownload. Als de antispamoplossing die wordt gebruikt voor het account dat je ophaalt goed is, is dit wellicht niet nodig.
Een Retrieval Task Verwijderen
Om een retrieval task te verwijderen, klik je op het account in de lijst met Retrieval Tasks. Klik vervolgens op Verwijderen.